De Handschoen

[In De Hollandsche Lelie van 11 december 1901. ‘Uit het Duitsch door A.Z.’]

Handschoenen zijn een kostbaar toiletartikel. Daar men naar den handschoen de dame beoordeelt, en een vuile of gescheurde handschoen altijd zeer leelijk staat, moet men steeds zorg dragen dat dit onderdeel van het toilet onberispelijk is.

Wie zuinig wil zijn, moet, vóór alles, slechts de allerbeste, zij ’t dan ook de allerduurste, handschoenen dragen. Elke goedkoope handschoen wordt, door den korten tijd, dien men hem dragen kan, duur. Verder mag men goede handschoenen nooit zoo eens ‘eventjes aantrekken.’ Lichte, nette handschoenen, die men draagt, wanneer men bezoeken aflegt, zijn door het eventjes aantrekken bedorven.

Men moet den handschoen altijd langzaam en zorgvuldig aandoen, iederen vinger geheel gladstrijken, op ’t laatst de duimen er in steken, en den ondersten knoop langzaam dicht maken. Nieuwe handschoenen moet men vooral nooit haastig aantrekken.

Met lichte, fijne handschoenen vatte men geen deurknoppen aan, ga er niet mee op reis, enz. Balhandschoenen behooren altijd pas in de garderobe aangetrokken te worden, evenzoo handschoenen voor schouwburg of soirées.

Voor het dagelijksch gebruik des zomers zijn grijze of zandkleurige gemslederen handschoenen boven alle andere te verkiezen. Zij staan keurig, kunnen gemakkelijk met wat glycerine gewasschen worden en zijn zeer duurzaam. Nog beter zijn die van wit waschleder of glacé, welke echter ook van de beste qualiteit genomen moeten worden.

Voor morgenwandelingen, om boodschappen te doen, enz., is de garen handschoen, ook wel de mitaine zeer practisch.

In voor- en najaar is de roode hondsleeren handschoen beslist boven alle andere te verkiezen.

Men neme steeds handschoenen met drukknoopen, daar men dan van het aftrekken van knoopjes geen last heeft.

Ieder klein torntje van den naad moet dadelijk gerepareerd worden; heeft men het leer ingescheurd, dan legt men een klein stukje leer er onder en zoomt dat van den handschoen er netjes op.

Bij het uitdoen trekt men den handschoen zorgvuldig in het fatsoen, iederen vinger afzonderlijk en op ’t laatst den duim, welke men, zooveel mogelijk, evenzoo legt als bij den nieuwen handschoen. Dan legt men het paar plat in de doos. Is de handschoen van binnen misschien wat vochtig, dan moet hij opgeblazen worden en goed drogen.

Lichte handschoenen kan men heel goed schoonmaken, door ze met een stuk zachte gummi af te wrijven, nadat men ze aangetrokken heeft. Dan behoeft men ze slechts zelden in benzine te wasschen.

Goede handschoenen, waarvan de kleur leelijk geworden is, kan men in iedere chemische wasscherij zeer mooi, even licht of in iets donkerder kleur laten verven. Vooral gekleurde heerenhandschoenen, die door het schoonmaken allicht leelijk werden, krijgen daardoor nieuwe frischheid en geven volstrekt niet af.

Men wordt ernstig gewaarschuwd tegen het zelf verven der handschoenen, vooral tegen het zwart-verven. Zulke handschoenen geven altijd af en maken dan zeer leelijke vlekken.

Reacties uitgeschakeld voor De Handschoen

Filed under Dagelijksleven

Comments are closed.