Tag Archives: sport

Op en om de Tennisbaan

[Rubriek ‘Vormen’, De Hollandsche Lelie van 5 juni 1901]

Nu de lentezon de boomen knoppen en groenen doet en de haast zomersche hitte jong en oud naar buiten lokt, worden de tennisbanen aan Witte Brug en Bataafsche Boer wederom druk bezocht.

Als kleurige vlinders in hun luchtige voorjaarscostuums komen de clubgenooten in grooten getale neerstrijken op de grijze asphalt tennisbanen, die wijd te blikkeren liggen in ’t fel gouden zonnelicht, en al moge voor menig oudere in jaren dit vermoeiende spel in dien schroeienden zonnegloed weinig aantrekkelijks hebben, toch wordt ’t jaar in jaar uit door heeren, zoowel als dames, met groote animo gespeeld, ten eerste omdat ’t gezond en opwekkend, en bovenal omdat men er zoo heerlijk vrij bij is.

Zondags al vroeg in den morgen (in de week meest na 2 uur in den middag) ziet men in de meeste hoofdstraten der residentie de jongelui te zamen komen om en club naar de tennisbaan te gaan. Enkele bevoorrechte jonge dames worden al vroeg door adorateurs aan de huisdeur afgehaald. Vroeger zouden de meeste moeders over dit ongehoord voorbijzien van de etiquette al spoedig afkeurend de hoofden bijeensteken, maar de vrijheid van ’t lawntennisspel heeft ook dit mogelijk gemaakt. Niemand, zelfs de strengste niet, zal er nu aanmerking op maken als een jong paar gewapend met hun tennisrackets, zonder escorte van Moeder of Tante naar de tennisbaan wandelt. Niemand? Neen zeker niemand, mits ’t jonge paar zich bedaard en fatsoenlijk gedraagt, en niet lachend en schaterend van pret met verhit gelaat en verwarde haren door de straten gaat.

Ik heb er vele zóo gezien, ’t jonge meisje opgewonden met zwaaiende, druk gebarende armen, de jonge man nevens haar den hoed onachtzaam op ’t achterhoofd, de racket dansend in de handen, luide pratend, alsof elk der voorbijgangers in ’t bijzonder zijn woorden hooren moest.

Er is wel een verontschuldiging te vinden voor deze opgewonden stemming, immers een heelen middag zijn in de buitenlucht, de animo van ’t spel de prettige verhouding der jongelui onderling, alles werkt mee tot meerdere vroolijkheid, tot een zeker sans gêne, dat al spoedig tot luidruchtigheid overslaat; toch ben ik er van overtuigd, dat zij, die ook maar een weinig hechten aan ’t oordeel van de wereld, zullen trachten hun opgewondenheid in de stad ten minste eenigszins te kalmeeren.

Om twee uur in den namiddag, uiterlijk halfdrie, zijn de spelen meest in vollen gang. Binnen de afgesloten ruimte ziet men ’t gefladder van zachte kleuren; jonge meisjes in lichte, eenvoudige toiletjes, (ook wel in gladden rok met blouse van batist) de jongelui in wit flanellen sportcostuum, bewegen zich vrij door elkaar, overal licht, vroolijkheid en beweging.

Gewoonlijk ziet men achterin ’t tentje, half verscholen door ’t beschermend rood en wit gestreepte zeil, een jong paar zitten, druk pratend, de hoofden dicht naar elkander toegebogen, nauwelijks lettend op ’t spelen en praten der anderen. Een jong verloofd paar! denkt ge? Mis, die groote vertrouwelijkheid, dat geheel opgaan in elkander, zou u dit allicht doen vermoeden, toch vergist ge u. ’t Is waar, hij komt haar elken dag halen, hij brengt haar telkenmale weer naar huis terug, op de club heeft hij slechts oogen voor háar, en toch, na afloop van het zomerseizoen staan de jongelui tegenover elkander nog even ver als in ’t begin. Flirt was ‘t, niets anders dan flirtation.

Flirtation wordt des zomers op de tennisbaan beoefend met een ijver en een opgewektheid, alsof er nooit aan dit gevaarlijk spel een einde komen kon, en toch, zelden komen beide partijen ongedeerd weer uit den strijd terug. Of ’t jonge mensch doet een huwelijksaanzoek, dat afwijzend wordt beantwoord, òf de jonge dame verwacht een vraag, die haar nimmer wordt gedaan, teleurstelling is er immer ’t einde van.

Als een jong meisje geenerlei bedoeling heeft ten opzichte van wien ook, doet zij wèl zich niet telkens door ’t zelfde jongemensch te laten halen en thuis brengen. Er zijn zooveel uitvluchten, die zij bedenken kan, zonder den persoon in quaestie te grieven. Den eenen keer heeft zij bijv. een afspraak gemaakt met juffrouw die of die, en als hij dien stillen wenk niet mocht begrijpen, en tóch komt om haar af te halen, kan zij met de anderen op een rij gaan loopen, ’t zooveel mogelijk vermijdend met hem vooruit te gaan. Een ander maal, indien hij vooraf geen vergunning heeft gevraagd, zorgt zij er voor wat vroeg op pad te gaan, zoodat ’t jonge mensch haar bij zijn aankomst reeds vertrokken vindt enz. enz.

Is ’t jonge mensch haar echter niet onverschillig, en vindt zij zijne beleefdheden heel aangenaam, laat zij hem dan niet toonen, dat zij er blij of gestreeld mee is, en laat zij achter deze attenties vooral niet meer zoeken, dan er achter te zoeken is.

Op veel tennisclubs is ’t een gewoonte geworden elkander bij den naam te noemen. Of dit overeenkomt met ’t verlangen van al de jongelui, ’t komt er niet opaan, ’t is nu eenmaal een gebruik, en die er zich aan onttrekt wordt stijf en preutsch genoemd. Ik wil gelooven dat een verlegen jong meisje ’t lang niet aangenaam vindt een jong mensch, dat zij ternauwernood drie à vier maal heeft ontmoet, onmiddellijk bij den naam te noemen, ’t is daarom verkieselijker een elk hierin vrij te laten, en geenerlei pressie hoegenaamd op iemand uit te oefenen.

Sommige meisjes hebben de gewoonte na afloop, of tusschen ’t spel door, hun dorst te gaan lesschen met thee of limonade, ’t eene kopje thee, ’t eene glas na ’t andere, zonder er bij te denken, dat veel drinken de maag overlaadt, en dat de temperatuur van ’t lichaam in plaats van te verminderen er integendeel zeer door wordt verhoogd.

“In een groote club zijn altijd clubjes,” hoorde ik eens iemand beweren, en dat is helaas maar al te waar; die sluit zich aan bij die, en die weer bij die, dat is jammer, ’t genoegen van ’t spel wordt er niet grooter om. Ik voor mij ben er van overtuigd, dat clubs die nú niet langer, dan éen seizoen kunnen bestaan, heel wat langer zouden leven, als er wat minder gecritiseerd, wat meer gewaardeerd en over ’t algemeen wat meer gegeven en genomen werd.

Den Haag, Mei 1901.

SYLVIA REGINA

Een tennisgezelschap van dames en heren, Nederland 1911 (Geheugen van Nederland, Spaarnestad Photo)

Een tennisgezelschap van dames en heren, Nederland 1911 (Geheugen van Nederland, Spaarnestad Photo)

Suzanne Lenglen, tennissspeelster uit Frankrijk, begin twintigste eeuw

Suzanne Lenglen, tennissspeelster uit Frankrijk, begin twintigste eeuw. Naar haar is de trofee van het vrouwentournooi van Roland Garros genoemd en een tennisbaan op Roland Garros heet Court Suzanne-Lenglen.

Reacties uitgeschakeld voor Op en om de Tennisbaan

Filed under Vormen

Lawn tennis

In de eerste jaren van Wimbledon (toen nog de Lawn Tennis Championships) deden alleen heren mee. Het was toen ook nog een geheel Engelse aangelegenheid. Vanaf 1884 mochten ook vrouwen deelnemen en rond de eeuwwisseling werd het een internationaal en beroemd toernooi. 

Tennis is waarschijnlijk ontstaan in Frankrijk, uit een balspel dat al in de 11de eeuw werd gespeeld: het Jeu de Paume. Vanaf het begin van de vijftiende eeuw verspreidde het zich over heel Europa. Eerst werd het met de hand gespeeld, later kwamen er handschoenen en vormen van slaghout. Na de uitvinding van het vulkaniseren van rubber was het mogelijk stuiterende rubber ballen te maken en kon het spel op een grasveld worden gespeeld. De Britse majoor Wingfield nam in 1873 patent op zijn basisidee voor het huidige tennisspel. 

De sport werd in Nederland door de leden van de hogere sociale klassen geïntroduceerd. Rond 1900 werd tennis door de maatschappelijke elite gespeeld. Hier een advertentie uit De Hollandsche Lelie van 2 mei 1900.

Advertentie rackets en ballen

Advertentie rackets en ballen

 

Reacties uitgeschakeld voor Lawn tennis

Filed under Advertenties