Tag Archives: toneel

Dameshoeden in de schouwburg

In een serie artikelen ‘Uit de hoofdstad’ schetst Johan de Waard het dagelijks leven in Amsterdam. Zijn bijdrage in De Hollandsche Lelie van 6 januari 1897 sluit hij af met een oproep:

“Ik heb een beleefd verzoek aan mijn vrouwelijke stadgenooten en dat is of zij zoo vriendelijk willen zijn op de stallesplaatsen in de schouwburgen de hoeden af te zetten.

Vele collega’s en ook ik zelf hebben er menigmaal in de krant op gewezen, doch de dames schijnen op dat punt niet te willen medewerken.

In den Stadsschouwburg is het ten langen leste verplichtend gesteld, doch komt men bij Prot of Van Lier of in den Hollandschen Schouwburg, dan zitten bijna alle dames met de vrije-uitzicht-belemmerende hoofddeksels op.

Ik neem nu maar de vrijmoedigheid mij rechtstreeks in uw eigen orgaan tot u te wenden, want och, als uw wist hoe vervelend en lastig het is wanneer men naar links en rechts moet buiten, bijwijlen even opstaan, om te zien wat er op het tooneel gebeurt, dan zoudt ge u deze kleine opoffering voor anderen wel willen getroosten.

Stel het geval, dat de heeren met hunne hooge hoeden op bleven zitten! Een storm van verontwaardiging zou losbarsten van uwe zijde en terecht.

’t Schijnt, dat die dameshoeden tegenwoordig hoe langer hoe grooter worden en de veeren en andere versierselen hiermede gelijken tred houden.

’t Is verschrikkelijk!”

Amsterdam, 14/XII. ’96.  Johan de Waard.

Zie voor meer etiquette in de schouwburg: http://www.dehollandschelelie.nl/uncategorized/etiquette-in-de-schouwburg/

En over de hoedenmode rond 1900: http://www.dehollandschelelie.nl/kleding-2/dameshoeden/.

Reacties uitgeschakeld voor Dameshoeden in de schouwburg

Filed under Dagelijksleven

Etiquette in de schouwburg: niet terug binocleeren

De lezeressen van De Hollandsche Lelie rond 1900 leren in een serie artikelen van Sylvia Regina hoe ze zich in verschillende situaties behoren te gedragen. Op 10 april 1901 zijn de ‘Vormen’ in schouwburg en concertzaal aan de beurt. Uit het artikel:

“De beste raad voor een volle schouwburg of concertzaal is wel deze: ‘Breng nooit stoornis teweeg,’ m.a.w. maak geen luide op- of aanmerkingen, spreek zacht, en bovenal treed de zaal niet binnen op in het oogloopende wijze, als de voorstelling reeds begonnen is.

Kes in ’t Concertgebouw placht nooit te beginnen vóor het geraas achter hem was verstomd, en zoo dit niet spoedig genoeg gebeurde, keerde hij zich om met een veelzeggend gebaar, dat de bezoekers tot stilzijn dwong, dán – als ’t in de zaal zoo stilgeworden was, dat men een speld kon hooren vallen, hief hij den dirigeerstok, en klonken de eerste tonen der muziek.

Concertgebouw 1902 (wikipedia)

Concertgebouw 1902 (wikipedia)

Als de menschen maar voor alles wilden begrijpen dat kunst aandacht eischt, en dat men op een plaats, waar kunst gegeven wordt, de kleine dingen des levens moet laten rusten. Voor huishoudelijke mededeelingen of praatjes over toilet enz. enz. is de schouwburgzaal de rechte plaats niet.

Ik neem aan, dat ’t aantal der werkelijke muziekliefhebbers maar zeer klein is, en dat het grootste deel der bezoekers (laten we zeggen bezoeksters) voornamelijk komt om het toilet van anderen te critiseeren, en om zelf bewonderd te worden, hoe ’t zij – de beleefdheid eischt, dat ge stil zijt, ter wille van die weinige echte, ware muziekliefhebbers, en dat ge u onthoudt van luide op- of aanmerkingen, want niets is zoo hinderlijk als door anderen te hooren afbreken, wat onszelf in hooge mate heeft geboeid. In de pauzen bestaat voldoende gelegenheid tot praten, bewonderen of critiseeren, maar wees stil en aandachtig onder voorstelling of muziek.” […]

“Gelukkig is het dragen van hoeden in den schouwburg meestal verboden en dus is deze stoornis grootendeels uit den weg geruimd. Ik voor mij vind een mooi gekapt dameshoofd in een zaal ook beter op zijn plaats, dan een zware met fluweel en veeren versierde hoed. In stalles en parquet kan men met een lichtkleurig hoog toiletje, of gekleede blouse met satijnen rok volstaan, maar in de loges maakt men veelal groot toilet, en ziet men de dames en decolleté, de heeren in rok, smoking of groot tenue. De baignoires daarentegen vragen een gekleed winterjaponnetje, meer niet. Ik geef hiervoor ten minste de gewoonten van Den Haag, maar ik geloof wel, dat deze overeenstemmen met de gebruiken der meeste andere groote steden.

Koninklijke Schouwburg Den Haag, 1910 (Geheugen van Nederland)

Koninklijke Schouwburg Den Haag, 1910 (Geheugen van Nederland)

In de groote pauze ontmoet men zijne kennissen in den foyer, men spreekt elkander aan, en lacht en schertst onder ’t nuttigen van een verversching, tot ’t waarschuwend belletje ’t sein tot opstaan geeft en de verlaten plaatsen weder worden ingenomen.” […]

“Woont H.M. de Koningin een concert of voorstelling bij, dan wachte men met applaudisseeren tot H.M. met een licht handgeklap ’t sein daartoe geeft. In Amsterdam met de groote galavoorstelling heeft men zich een enkele maal door zijn verrukking laten meesleepen, en geapplaudisseerd vóór H.M. daartoe vergunning had gegeven, men verlieze echter niet uit ’t oog dat dit inbreuk maken op de etiquette is.

Vroeger placht men bonbonnières of licht gekleurde zakjes gevuld met fijne bonbons mee naar den schouwburg te nemen, in de laatste jaren is dit echter meer en meer in onbruik geraakt, en ziet men nog maar heel zelden snoepende en kauwende mondjes.

Wordt een jongmeisje in stalles of loge door heeren gefixeerd, wat natuurlijk heel dikwijls gebeurt, want een mooi of geestig kopje trekt altijd de aandacht, dan moet zij trachten hier zoo min mogelijk notitie van te nemen, terug binocleeren wordt brutaal genoemd, en als zij zich achter haar waaier verschuilt, beschuldigt men haar van grove coquetterie.

Gaat een jonge dame, alleen vergezeld van een oudere vriendin per rijtuig naar den schouwburg, dan laat zij de oudere dame ’t eerst instappen, maar zij stapt ’t eerst uit, om de oudere dame met uitstijgen behulpzaam te kunnen zijn. Worden de dames door een jongmensch vergezeld, dan is dit natuurlijk de taak van den heer, en laat de jonge dame de oudere in alles voorgaan.

Uit angst om voor omnibus of tram te laat te komen, staan de meeste bezoekers vóór ’t eindigen der laatste akte op, niet beseffend, dat dit hinderlijk is voor zangers en acteurs. Ik geloof echter niet, dat hierin verandering is te brengen, of de tram- en omnibusmaatschappijen moesten na een voorstelling extra-wagens disponibel stellen.”

Vormen, 10 april 1901, deel 1

Vormen, 10 april 1901, deel 1

Vormen, 10 april 1901, deel 2

Vormen, 10 april 1901, deel 2

 

Reacties uitgeschakeld voor Etiquette in de schouwburg: niet terug binocleeren

Filed under Vormen

Herinneringen aan Sarah Bernhardt

In De Hollandsche Lelie van 24 juni 1931 bespreekt L. de Wildt-Beversen het boek ‘La grande Sarah’ van musicus Reynaldo Hahn. Het bevat zijn herinneringen aan de beroemde actrice Sarah Bernhardt, die hij als kind had zien spelen. Jaren later maakte hij kennis met haar en hij bleef met haar bevriend. Uit het artikel:

‘Toen hij haar zijn aanteekeningen voorlas riep ze uit: “Dank zij je dagboek en het sonnet van Rostand, zal ik rustig de reis naar de eeuwigheid kunnen ondernemen!”.’

‘Toen de musicus deze aanteekening maakte was Sarah niet jong meer en al grootmoeder. Toch maakte zij nog een jeugdigen indruk, dank zij haar rijzige gestalte, haar levendigheid en kracht. Nooit scheen ze vermoeid. Ze bezat de eigenschap op ieder tijdstip, te midden van het groote tumult, rustig te gaan zitten en onmiddellijk in een vasten slaap te vallen. Na een kwartier ontwaakte ze en alle vermoeidheid was verdwenen.’

‘In haar rollen moest Sarah verscheidene malen flauw vallen of sterven. Bezeeren deed zij zich nooit, het ging haar gemakkelijk af. “Nooit heb ik dit geoefend”, zei ze, “ik laat me zonder angst vallen, het doet er niet toe, hoe! ’t Is eenvoudig een quaestie van lenigheid. Ik werp me op den grond en nooit heb ik er nadeelige gevolgen van ondervonden.’

Sarah Bernhardt

Sarah Bernhardt

‘Sarah doorleefde wel degelijk haar rollen en bij groote scènes kon zij geheel overstuur zijn. Eens, het was in Frou-frou, vond men haar tusschen de coulissen, te ontroerd om een woord te kunnen uitbrengen. Schreiend kwam ze op het tooneel en haar rol werd telkens door snikken onderbroken. Sarah was volstrekt niet ongevoelig, zooals men het maar al te dikwijls wilde laten voorkomen, en haar grilligheden waren sterk overdreven. Een goede daad, haar bewezen, vergat ze nooit en ze kon zeer goed een echte van een onechte vriendschap onderscheiden.’

‘Dikwijls haalde ze oude herinneringen op. Ze vergaf het zichzelf nooit, dat ze, toen ze jong was, in den overmoed van haar glorie Victor Hugo eenigszins geringschattend behandeld had. “Ik was dom genoeg om het gezelschap van een paar elegante leegloopers te verkiezen boven het zijne en ik heb hem eens midden in een gesprek in de steek gelaten!” ‘

‘In dit boek, waaruit de bewondering voor de groote tragédienne zoo duidelijk spreekt, roemt Hahn vooral haar energie en geestkracht, die ze tot aan haar dood (1923) behield.’

Artikel Sarah Bernhardt 1

 

Artikel Sarah Bernhardt 2

Reacties uitgeschakeld voor Herinneringen aan Sarah Bernhardt

Filed under Beroemdheden