Vrijdag 15 mei werd in de Koninklijke Bibliotheek de epiloog opgenomen van een podcastserie door Fleur Speet over het werk van vrouwelijke auteurs uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. In iedere aflevering wordt een bijzondere schrijfster in de spotlights gezet. Ook maken bekende auteurs van nu hertalingen van hun werk. Het is een activiteit van het collectief Fixdit, dat de kennis over de vaak onderbelichte literatuur van vrouwelijke auteurs bevordert.
Bij de laatste aflevering was publiek welkom en onderwerp van gesprek was hoe het kan dat zo veel goede vrouwelijke auteurs uit de vroegmoderne tijd uit ons collectieve geheugen lijken te zijn gewist. Wie bepaalt welke schrijvers we onthouden en welke verdwijnen?

Fleur Speet opende de avond met een inleiding waarin ze het allemaal nog eens op een rij zette. De lat om in de canon te komen lag voor vrouwen sowieso veel hoger dan voor mannen, ze moesten uitzonderlijk goed zijn. Een interessant beeld dat ze gebruikte was dat mannelijke auteurs ingedeeld werden in stromingen en vrouwen als losse stipjes werden beschouwd, waardoor ze veel sneller uit beeld verdwenen. En dat terwijl juist vrouwen dikwijls in internationale netwerken opereerden en ook naar elkaar verwezen. Bovendien waren zij vaak literaire alleskunners, ze beheersten verschillende genres en waren daarnaast ook nog eens politiek betrokken. Hun humor was vaak onderkoeld, maar daarom niet minder scherp. Ze waren alleen ook iets te goed in de bescheidenheidstopos. Dat is op zich een retorisch spel, maar als vrouwen zeiden dat wat ze deden niet zoveel voorstelde, werd dat meteen ook serieus opgevat. Ook omschrijvingen als ‘dichteresje’ of ‘muze’ (van een mannelijke collega) werkten niet mee.

Opvallend is verder dat vrouwelijke schrijvers blijkbaar steeds opnieuw ontdekt moeten worden. Wetenschappers als Riet Schenkeveld-van der Dussen, Lia van Gemert en Lotte Jensen hebben al zoveel vrouwen in beeld gebracht, maar toch lijken ze steeds weer te worden ‘vergeten’. Om dat tegen te gaan is volgens Speet de eerste stap het blijven geven van aandacht. Noem de namen van de vrouwelijke auteurs en hoe dan ook: steeds als je een man noemt, noem dan ook een vrouw.

Er volgde een boeiend gesprek met Manon Uphoff en Imre Besanger, waarin het onder meer ging over de manier waarop wordt gekeken naar de onderwerpen waarover wordt geschreven. Bij vrouwen wordt al snel gezegd dat het om wissewasjes of persoonlijke verdrietjes gaat en er is weinig aandacht voor vorm en techniek. Mannelijke auteurs zijn vrij om te experimenteren; vrouwen krijgen bij een vernieuwende vorm of stijl al snel het commentaar dat ze iets fout doen. En zo kwamen er nog veel meer uitsluitingsmechanismen en blinde vlekken aan bod. Verhelderend, maar ook treurig stemmend.
Het was duidelijk dat er ook een belangrijke taak voor het onderwijs is weggelegd, want er gaat veel tijd verloren als we allemaal op latere leeftijd op eigen houtje moeten gaan ontdekken wat we aan belangrijke stemmen hebben gemist. Gelukkig is er ook lesmateriaal bij de podcasts en zijn er andere manieren om het werk van deze auteurs onder de aandacht te brengen. Een mooi voorbeeld daarvan was de voordracht van twee acteurs van Theater Kwast van een stuk uit ‘Het beleg van Leiden’ van Lucretia Wilhelmina van Merken en van de hertaling door Babs Gons, getiteld ‘De slag om Khartoum’. Imre Besanger, die de teksten inleidde, moest zelf bekennen dat de toneelgroep al heel wat historische stukken had gespeeld toen hij zich realiseerde dat ze allemaal door mannen waren geschreven. Inmiddels is dat anders en is hij een vurig pleitbezorger van het werk van auteurs als Van Merken. Zij was in haar tijd echt een coryfee en had zelfs het openingsstuk geschreven dat werd opgevoerd ter gelegenheid van de in 1774 nieuwe schouwburg aan het Leidseplein in Amsterdam. Bizar genoeg ontbreekt haar portret in de eregalerij van het gebouw.

Daarna droeg Abdelkader Benali een mooie hertaling voor van teksten van Betje Wolff. Doordat hij zich zo in haar en haar werk had verdiept was hij helemaal fan, ‘Ik ben nu Betje Wolff’. Hij vertelde dat hij als kind veel teksten van vrouwelijke auteurs had gelezen: Thea Beckman was één van zijn favorieten. Daarna hield dat op, hij kwam in een soort literaire leerlijn terecht met alleen maar aandacht voor mannen. De focus lag op het genie en dat was blijkbaar uitsluitend een mannelijke aangelegenheid. Bij nader inzien waren auteurs die hij toen bewonderde vaak helemaal niet zo goed, maar: ‘Wat wij goed vinden, is ook voorgekookt’. In de de tijd dat hij en Uphoff debuteerden, halverwege de jaren negentig, waren de toonaangevende recensenten mannen en ook binnen de uitgeefwereld maakten vooral mannen de dienst uit. Veelbelovende nieuwe schrijvers werden de kroonprins van de letteren genoemd (er was nooit een kroonprinses) en scepters en kronen werden zo van man op man doorgegeven. Uphoff vertelde dat de Opzij Literatuurprijs destijds veel kritiek kreeg, want waarom een prijs speciaal voor vrouwen, maar toen hij haar werd toegekend dacht ze: ‘Krijg ik een keer een prijs, dan ga ik hem ophalen ook.’

De avond werd afgesloten met een quiz. Het publiek moest raden of bepaalde citaten van mannen of vrouwen afkomstig waren, waarbij de uitkomst soms verrassend uitpakte. En er was ook nog een leuke goodiebag voor mee naar huis, met materiaal van de DBNL, Fixdit en Literatuurgeschiedenis.org.

Centrale boodschap van de avond was dat er nog steeds veel werk aan de winkel is en dat kan ik alleen maar beamen. Ook de vrouwelijke auteurs uit de tijd van De Hollandsche Lelie rond 1900 zijn weggedrukt uit de literaire geschiedenis. Zij werden op één hoop gegooid en vervolgens als schrijfsters van ‘damesromans’ afgeserveerd en daarmee ook buiten de literaire canon gehouden. Zo kon het dus gebeuren dat ik tijdens mijn studie Nederlands nooit hoorde over bestsellerauteur Johanna van Woude, met wie mijn interesse voor het tijdschrift begon. Zij was niet alleen een hele goede verhalenverteller, maar stilistisch ook zeer bekwaam en bovendien vernieuwend. Reden genoeg om op deze site en via het manuscript dat ik net heb afgerond haar en haar vakgenoten weer opnieuw voor het voetlicht te halen.

Verder lezen en luisteren

Op deze site zijn eerder artikelen geschreven over Fixdit, zie Geslaagde eerste bijeenkomst Fixdit-leesclub en Soroptimistprijs voor ‘Optimistische woede’ van Fixdit.

De podcastserie ‘Historische Klassiekers’ is te vinden via deze link, net als de andere podcasts van Fixdit.

Fixdit literatuur man-vrouw