Op 23 november 1853 werd Johanna van Woude (pseudoniem van S.M.C. van Wermeskerken-Junius) geboren. Eind negentiende eeuw was zij een echte bestsellerauteur, haar bekendste boek, Een Hollandsch Binnenhuisje (1888) werd vaak herdrukt en er verschenen verschillende vertalingen in het buitenland. Toch had ik nog nooit van haar gehoord, toen ik haar monumentale graf voor het eerst zag op de begraafplaats vlakbij ons huis. Ik ben me in haar werk gaan verdiepen en omdat zij een tijdlang hoofdredactrice was van De Hollandsche Lelie, een tijdschrift voor jonge dames, raakte ik op het spoor om daar meer mee te gaan doen.
Johanna van Woude heeft ondanks al haar successen geen gemakkelijk leven gehad. Een nare echtscheiding en een bizarre beschuldiging van een poging tot vergiftiging luidden haar ondergang in. Uiteindelijk is zij met een ernstige hersenziekte opgenomen in het Willem Arntzhuis en enkele jaren later op 51-jarige leeftijd overleden.

Op de werkkamer die ik huur in het Wakkere End (de oude vrouwengevangenis aan de Gansstraat), staat haar foto altijd in mijn zicht. In de literatuurgeschiedenis komen veel vrouwelijke auteurs er bekaaid vanaf; in het boek over De Hollandsche Lelie waar ik aan werk hoop ik haar en haar tijdgenotes meer recht te doen.