Gisteren was ik op bezoek in de Koninklijke Bibliotheek, de instelling waar ik tot zo’n twintig jaar geleden heb gewerkt. Aanleiding was een lezing door collectiespecialist cultuurgeschiedenis Channa Hoogervorst over de rol van damestijdschriften bij de vrouwenemancipatie in Nederland.
Ze behandelde de periode 1934 tot 1982 en focuste daarbij vooral op Margriet en Libelle. Juist dit soort algemene bladen speelden een belangrijkere rol dan je zou denken. De echt feministische tijdschriften vormden natuurlijk de voorhoede en aanjagers van de emancipatie, maar er is ook altijd een ‘midden’ nodig om de grote massa te bereiken.
Heel kort kwam het tijdvak 1870 – 1920 aan bod: de periode van de eerste feministische golf. Dat is ook de tijd van De Hollandsche Lelie, een tijdschrift dat veel aandacht had voor de verbetering van de positie van de vrouw. In 1917 werd het passief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd; in 1919 ook het actief kiesrecht. Na het bereiken van deze mijlpalen ebde de aandacht voor het feminisme wat weg, het werd crisistijd en daarna volgde natuurlijk de Tweede Wereldoorlog.

Channa Hoogervorst
In 1934 verscheen het eerste nummer van Libelle en in 1938 werd Margriet opgericht. Het bereik van deze bladen was al snel groot. Globaal gezegd was Libelle wat deftiger en Margriet wat moderner. In de eerste decennia richtten ze zich geheel op het huwelijk, de huishouding en het moederschap. Hoogervorst liet verschillende typerende citaten zien, zoals deze uit de Libelle van 24 juni 1938: “Hoewel de lippenstift ook in ons land burgerrecht verkregen heeft, zijn er toch altijd nog legio mannen die elke make-up verfoeien. Vergeet nooit dat uw man de eerste rechten heeft en ge voor alles moet zorgen om hem te behagen.” Ook de adviezen aan lezeressen in de rubrieken als ‘Margriet weet raad’ waren in dezelfde trant.
Het huisvrouwschap werd in de Libelle van 18 maart 1938 op een voetstuk gezet: “omvat het bij wijze van spreken niet minstens tien beroepen tegelijk?” En in de Margriet van 2 december 1948: “Heus, het is níet saai om voor uw man te zorgen. Uw man, met wie u toch zo dolgraag wilde trouwen. En bestaat er iets lievers op de wereld dan de baby, die door uw zorg en toewijding tot een goed mens zal opgroeien? Als u er zeker van is, dat uw gezin niet te kort komt, wanneer u een middagje gaat winkelen of bridgen, ga dan gerust uw gang en geniet! Maar laten we het niet overdrijven.”

Toen kwam de tweede feministische golf, tussen 1965 en 1985. De anticonceptiepil werd geïntroduceerd en in 1969 voerden de Dolle Mina’s actie: ‘Baas in eigen buik’. De damesbladen bleven nog steeds veel aandacht besteden aan recepten, huiselijke zaken en mode, maar er kwam tegelijk een flinke verschuiving. Een belangrijke mijlpaal was de grote publieksenquête van Margriet in 1969 over seksualiteit. Niet alleen werden de uitslagen gepubliceerd in het tijdschrift, maar er werd ook door experts over gereflecteerd. In 1970 bezetten Dolle Mina’s de redactie van Margriet, omdat het tijdschrift volgens hen toch nog aan een ouderwets wereldbeeld vasthield. Libelle zocht later zelf de samenwerking met Dolle Mina voor een speciale editie. Er kwam in beide bladen meer aandacht voor onderwerpen als de taakverdeling binnen het gezin, de werkende vrouw, de pil en kinderopvang. Libelle krabbelde al snel een beetje terug maar Margriet, onder leiding van hoofdredactrice Hanny van den Horst, zette de meer op emancipatie gerichte koers voort.

Oppervlakkig gezien lijken het vooral bladen met breipatronen, recepten en andere huiselijke onderwerpen, maar daar tussendoor kwamen dus ook onderwerpen als de moeder-mavo en de mentale gezondheid van vrouwen aan bod. Door hun miljoenenbereik is de invloed van deze tijdschriften in de periode van de jaren zestig tot de jaren tachtig van de vorige eeuw daarom moeilijk te overschatten.
Na afloop konden de bezoekers (jammer genoeg trok het college alleen vrouwelijke belangstellenden) zelf nog een kijkje nemen in een aantal tijdschriften die aan bod waren gekomen.

Herinneringen
Het was erg leuk om weer eens door de KB te lopen. Doordat ik destijds iedere week wel één of meer rondleidingen gaf, ken ik het gebouw door en door. Het voelde daarom ontzettend vertrouwd, maar tegelijk ook vreemd. De Verdieping van Nederland, de gezamenlijke expositie met het Nationaal Archief tussen de twee gebouwen in, waar we met een groep collega’s en de mensen van Kossmann & De Jong en Tungsten Studio met zoveel plezier aan hebben gewerkt, is verdwenen en zo zijn er nog meer verbouwingen en veranderingen geweest. De entree op de eerste verdieping is bijvoorbeeld veel gastvrijer en kleurrijker geworden, een enorme verbetering. En dan komt er nog een hele grote verbouwing aan: over een paar jaar wordt het huidige pand gedeeltelijk gesloopt en daarna gemoderniseerd. Ik hoop dat één van mijn favoriete kunstwerken ook in het nieuwe gebouw weer een mooi plekje krijgt. Het is een maquette van het gebouw aan het Lange Voorhout waar de KB tot 1982 in zat, een geschenk van de Vriendenvereniging van de KB. Ik was altijd een beetje jaloers op de collega’s die in in die tijd al bij de KB werkten, al is het huidige gebouw ongetwijfeld een stuk comfortabeler en zeker ook beter voor de collecties.

