Deze week ging de film Corsage over de Oostenrijkse keizerin Elisabeth in première. “De rusteloze Sisi, badend in luxe maar ook getergd door eenzaamheid, gaat de strijd aan met het letterlijke en figuurlijke keurslijf die de keizerlijke rol van haar vergt.” De vertolking door Vicky Krieps verschilt nogal met die van Romy Schneider in de jaren vijftig.

Keizerin Elisabeth van Oostenrijk leefde van 1837 tot 1898 en was getrouwd met keizer Frans Jozef I. Tijdens haar leven sprak ze al zeer tot de verbeelding. In De Hollandsche Lelie van 12 december 1894 vinden we een artikel over haar, uit het Frans vertaald door Elisabeth Reelfs:

File:Elisabeth of Austria, by Franz Xaver Winterhalter.jpg

Portret van Elisabeth door Franz Xaver Winterhalter (Wikimedia Commons)

Een der hofdames uit de onmiddellijke omgeving der Keizerin deelt ons het volgende uit het leven van haar hooge gebiedster mede.
Meest elke morgen om vijf uur woont de Keizerin de eerste mis bij, vervolgens, na een zeer sterk kop koffie zonder suiker of melk gebruikt te hebben, stijgt zij te paard en gaat door het park galoppeeren, gevolgd door een harer hofdames. Zeer dikwijls van rijpaard verwisselende, blijft zij in het zadel tot twaalf uur, dan neemt zij een koud bad en vervolgens een lunch. ‘s Middags tegen vier uur stijgt zij weder te paard en blijft dan dikwijls tot het diner aan het rijden. De genegenheid van Elisabeth voor haar hofdames hangt geheel af van de meer of mindere bekwaamheid, welke deze dames in het paardrijden bezitten.
Over het geheel is de Keizerin niet ijdel, alleen bezit zij een rechtmatigen trots op haar prachtig hoofdhaar, dat, loshangend, tot de knieën reikt. Zij heeft de gewoonte het haar elken dag te laten borstelen, waarbij een der hofdames haar uit een Engelschen, Franschen of Hongaarschen roman iets voorleest. Zij duldt niet dat men haar één enkel haar uittrekt, maar dit is natuurlijk onmogelijk. Wat doet nu de kamenier onder het borstelen, zij verbergt voorzichtig elk haar in het zakje van haar boezelaar [schort].
Maar wat gebeurt er. Op zekeren dag ziet Elisabeth toevallig in een spiegel deze beweging van de kamenier. De Keizerin staat driftig op en zegt:
“Wat doet gij daar, nu zie ik, hoe gij mijn hoofdhaar bederft.”
Met een tegenwoordigheid van geest, die zelfs een diplomaat niet tot oneer zou gestrekt hebben, antwoordt de kamenier zonder aarzelen:
“Ik bid uwe Majesteit mij te vergeven. Het was mij nog nooit overkomen. Ik wenschte alleen in het bezit te komen van een kleine lok van Uwe Majesteit, voor mijn dochtertje, om die als talisman te dragen.”
Of de kamenier geloofd werd, is ons niet bekend. Elisabeth haalde haar schouders op en glimlachte. Maar den volgenden dag, terwijl zij aan de kamenier een medaillon met diamanten omzet gaf, zeide de Keizerin:
“Hier is een betere talisman, uw dochtertje verdient die wel, voor het bezit van zulk een verstandige moeder.”

De Keizerin is zeer liefdadig, dikwijls stapt zij in den vroegen morgen uit haar paleis te Weenen of te Buda-Pesth, slechts van één vertrouwde vergezeld, om zelf haar aalmoezen uit te deelen.
Zij is volstrekt niet bevreesd en gaat in de armste en donkerste stadswijken, waar vaak anarchisten en revolutionairen wonen.
Voor menig huisgezin is zij de reddende engel geweest; in dit opzicht is zij een waardig evenbeeld van “Elisabeth van Hongarije” [dertiende-eeuwse heilige in de Rooms-Katholieke kerk].

Beeld van Elisabeth in Budapest (zij was naast keizerin van Oostenrijk ook koningin van Hongarije / foto GS)

koningin