Rond 1900 werkten alle straatlantaarns op gas. Ze moesten iedere avond handmatig aangestoken worden en ‘s ochtends weer gedoofd. Met de komst van de elektrische straatverlichting was dat niet meer nodig en het lantaarnopsteken hoort dan ook al lang bij de verdwenen ambachten.
Wie nog eens een authentieke lantaarnopsteker aan het werk wil zien, moet naar het Poolse Wrocław, waar op het Kathedraaleiland nog ruim honderd ouderwetse gaslantaarns staan. Ik was daar een paar weken geleden en wilde dit natuurlijk graag meemaken. En ja hoor, tegen zonsondergang kwam er een autootje van het gasbedrijf aan, parkeerde een beetje schuin achter de kathedraal en er stapte een man uit. Hij sloeg een cape om, deed een hoge hoed op en pakte zijn spullen. Daarna ging hij heel rustig van lantaarn naar lantaarn, zonder een woord te zeggen. Intussen werd hij gevolgd door een groep toeristen, het was een beetje een rattenvanger van Hamelen-achtige situatie. Toen het helemaal donker was, waren alle lantaarns aan en verdween de lantaarnopsteker weer in zijn autootje.

Verder is Wroclaw ook een erg leuke stad om te bezoeken, alleen al vanwege de honderden kabouters die je overal op straat ziet. De kabouter was ooit een symbool van verzet in de communistische tijd, maar nu is het vooral een mooie vorm van citymarketing. Ook zijn er veel andere prachtige gebouwen, beelden en musea, waaronder een soort Panorama Mesdag, maar dan over de Slag bij Racławice (een historische veldslag in 1794 waarbij de Polen de Russen hebben verslagen).

