Afgelopen week ging ik naar de nieuwste verfilming van Wuthering Heights, geregisseerd door Emerald Fennell. Ter voorbereiding had ik het boek uit 1847 van Emily Brontë nog eens gelezen en dat had ik misschien beter niet kunnen doen.

Destijds stond het op mijn leeslijst en dat is alweer heel lang geleden. Ik weet nog dat ik het mooi vond en gecombineerd met het lied van Kate Bush had ik een vaag idee van een romantische, onmogelijke liefde en twee eigenlijk niet zo aardige hoofdpersonen.
Nu ik het opnieuw las begreep ik pas goed wat het boek zo bijzonder maakt. Het zit heel knap in elkaar, met verschillende onbetrouwbare vertellers, goed uitgewerkte personages en onafwendbare noodlottige gebeurtenissen. Maar het is ook een stuk minder romantisch dan ik het me herinnerde, het is vooral een verhaal van woede en wraak en dat over meerdere generaties heen.
Het verhaal van Heathcliff en Catherine / Cathy wordt verteld door de nieuwe huurder van één van de twee huizen die een rol in het verhaal spelen, en hij krijgt het weer te horen van de huishoudster, die het allemaal van dichtbij heeft meegemaakt, maar die duidelijk haar eigen interpretatie van de gebeurtenissen geeft. Wanneer Catherine nog klein is, neemt haar vader opeens een jongetje mee naar huis, dat in het gezin wordt opgenomen. Zij krijgen een intense band, maar mede doordat hij een persoon van kleur is (in het boek is zijn exacte afkomst niet duidelijk) en er zich voor haar een gunstige gelegenheid aanbiedt om te trouwen met een rijke jongen in het huis iets verderop, kiest ze voor die ander. Heathcliff is gebroken, hij verdwijnt, maar keert na een paar jaar als opeens zeer welgestelde man terug en neemt dan op een vreselijke manier wraak op de beide families.

In iedere boekverfilming moet er veel worden weggelaten en dat is in deze film wel extreem het geval. Fennell schreef de titel dan ook niet voor niets tussen aanhalingstekens, het is nadrukkelijk haar eigen interpretatie. De film is namelijk gebaseerd op de indruk die het boek op haar als veertienjarige maakte. Er worden belangrijke personages – zoals de broer van Catherine – gewist, de hele volgende generatie komt niet aan bod, de oude, streng religieuze knecht is veranderd in een veel jongere man die een soort sm-relatie met een dienstmeisje heeft, enzovoort. Door al die weglatingen wordt ook niet zo goed duidelijk waarom Heathcliff zo wraakzuchtig is, behalve natuurlijk dat hij is afgewezen door Catherine. Hij wordt niet door een persoon van kleur gespeeld, en dat terwijl twee tamelijk willekeurige andere personages wel een divers culturele achtergrond hebben. Die twee, huishoudster Nelly en de man van Catherine, krijgen als karakters weinig reliëf, wat het extra pijnlijk maakt. En dan is er nog hoofdrolspeler Margot Robbie, die een hele goede actrice is, maar als 35-jarige niet helemaal geloofwaardig als de tiener die ze speelt.
Los van het boek is het zeker een leuke film, met mooie landschappen en een romantisch verhaal. Fennell koos voor een over the top-benadering, met een parade aan schitterende jurken, deels van materialen als plastic, prachtige kapsels en bijvoorbeeld een kamer met als behang een precieze weergave van de huid van Catherine. Verder is Owen Cooper, bekend geworden door Adolescence, een overtuigende jonge Heathcliff. Ook de soundtrack, van Charli XCX, is erg goed.
Omdat ik nu wel benieuwd was naar eerdere verfilmingen, heb ik die van 2011 ook bekeken. Die sluit veel beter aan bij het boek, maar is ook een stuk minder intens.
Kate Bush liet zich voor haar lied in 1978 door een nog veel oudere versie inspireren: ze zag een klein deel van een miniserie op de BBC. Later las ze het boek pas en ze was blij verrast dat ze tegelijk jarig was met Emily Brontë, op 30 juli. Er werden twee videoclips opgenomen, eerst één waarin ze een witte jurk draagt; later een outdoor-versie, met Bush in een rode jurk. Die vormt een belangrijke inspiratiebron voor de The Most Wuthering Heights Day Ever: een wereldwijd event in juli waarop mensen de clip nadansen, gekleed in rode jurken. En zo blijft het boek uit 1847 op verschillende manieren springlevend, tot op de dag van vandaag.