Zo rond mijn twaalfde nam ik bijna iedere keer als ik naar de bieb ging wel een detective van Agatha Christie (1890-1976) mee. Die met Miss Marple las ik graag, maar die met Hercule Poirot in de hoofdrol waren favoriet. Daarna las ik ze eigenlijk nooit meer. Wel zag ik nog de film Murder on the Orient Express uit 2017 en ook al wist ik nog ‘wie het gedaan had’, het was nog steeds heel leuk, alleen al vanwege de sfeer.
Van Agatha Christie zelf had ik maar een beperkt beeld. Ik zag haar vooral als de oudere vrouw aan het eind van haar loopbaan en had daar een wat Miss Marple-achtig gevoel bij. Meteen al bij het lezen van de biografie Agatha Christie. A Very Elusive Woman van Lucy Worsley werd duidelijk dat de wereldberoemde schrijfster dat beeld ook bewust cultiveerde. Wanneer zij zich ergens moest inschrijven, zou ze altijd als beroep ‘huisvrouw’ invullen, en als achternaam die van haar tweede echtgenoot. Ze trad niet graag als schrijfster in de spotlights. De proloog van het boek opent dan ook met de anekdote dat Agatha Christie tijdens een treinreis twee dames spotte, die – ieder met een boek van haar op schoot – haar druk aan het bespreken waren. Eén van hen had gehoord dat ze enorme hoeveelheden alcohol dronk (“she drinks like a fish”). Dit tot groot vermaak van de schrijfster, die dit verhaal deelde tijdens een interview rond haar tachtigste verjaardag.

Het interessante aan Agatha Christie is dat ze eind negentiende eeuw, in een Victoriaanse villa, werd geboren en daarna alle mogelijke ontwikkelingen uit de twintigste eeuw van dichtbij meemaakte. Na het overlijden van haar vader kreeg het gezin het financieel moeilijk en ze zou zelf ook nooit goed met geld om kunnen gaan. Ze werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog eerst als verpleegster en daarna als apothekersassistente in een militair hospitaal (waar ze veel kennis over verschillende soorten gif opdeed, wat haar in haar boeken goed van pas zou komen). Ze trouwde met Archibald Christie, waardoor ze haar naam Miller inruilde voor die van hem. Samen kregen ze een dochter, Rosalind.
Helaas ging het met het huwelijk niet goed en op het dieptepunt, in 1926, vond haar beroemde verdwijning plaats. Ook vanwege haar verdriet om het overlijden van haar moeder hield ze het thuis niet langer vol en ze vertrok in haar eentje met de auto. Deze auto werd aan de rand van een steengroeve gevonden en de schrijfster was meer dan een week spoorloos. Er werd met man en macht naar haar gezocht en het was landelijk nieuws. Intussen had zij zich onder een andere naam, nota bene de achternaam van de minnares van haar man, ingeschreven in een hotel en ze leek zich daar goed te vermaken. Het hotelpersoneel vermoedde al dat zij de verdwenen auteur was, maar hield dat uit discretie stil. Uiteindelijk lekte het uit en werd ze weer herenigd met haar familie. Worsley reconstrueert nauwgezet wat er in die dagen precies is gebeurd, waarmee ze meteen allerlei speculaties naar het rijk der fabelen verwijst.
Het huwelijk werd ontbonden en na verloop van tijd ontmoette Agatha haar tweede man, Max Mallowan, met wie ze wel heel gelukkig zou worden. Hij was archeoloog en ze werkte vaak intensief met hem samen op locaties in het Midden Oosten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij uitgezonden naar het buitenland en Agatha ging opnieuw aan de slag in een ziekenhuis. Intussen was ze een beroemde en zeer productieve auteur geworden en tussen alle bedrijven door bleef ze nieuwe boeken schrijven. In de jaren erna kreeg ze veel erkenning, haar boeken verschenen over de hele wereld in vertaling en haar toneelstukken werden vaak opgevoerd.
Lucy Worsley schrijft niet alleen zeer onderhoudend over de gebeurtenissen in Agatha’s leven, de mensen om haar heen en al haar bijzondere hobby’s (haar lievelingsbezigheid naast surfen en autorijden was het kopen en inrichten van huizen; op een gegeven moment bezat ze er acht), maar ze legt ook interessante verbanden met haar werk. Aan de hand van talloze voorbeelden laat ze zien hoe bepaalde personages en situaties rechtstreeks uit Agatha’s eigen ervaring zijn voortgekomen. Ook geeft ze een mooi overzicht van de literaire technieken die in de boeken worden gebruikt, waardoor de schrijfster de lezer steeds weer op het verkeerde been weet te zetten. Daarbij gaat de biografe de pijnlijke aspecten ook niet uit de weg, zoals de racistische denkbeelden die helaas ook in een aantal boeken te vinden zijn.
Vanwege het boek ben ik zelf ook weer wat Agatha Christies gaan herlezen en dat viel beslist niet tegen. Het is echt bijzonder hoe zij personages weet neer te zetten en vooral: hoe gauw je helemaal in het verhaal zit en snel door wilt lezen om te zien hoe het afloopt. Ze is met haar meer dan 2 miljard exemplaren dan ook niet voor niets de meest verkochte auteur ooit, op alleen Shakespeare en de Bijbel na. Gek genoeg is deze mooie biografie nog niet in het Nederlands vertaald, terwijl er vast genoeg belangstelling voor zou zijn. Hopelijk komt het daar nog eens van.
Lucy Dorsley, Agatha Christie. A Very Elusive Woman. Hodder & Stoughton, 2022 (415 pagina’s, met twee fotokaternen).