Op 3 juni jl. werd in de Lutherse Kerk te Amsterdam het vijftigjarig schrijverschap van Jan Brokken gevierd. Het was een feestelijke avond, met voordrachten van collega-schrijver Judith Koelemeijer, ‘editor-at-large’ Emile Brugman en uitgever Marcella van der Kruk, omlijst door prachtige muziek van Maria Pedano, Anuschka Pedano en Ilia Fialko. Centraal stond zijn nieuwste verhalenbundel: De weemoed van de reiziger.

Jan Brokken is bekend van zijn romans, reisverhalen en vooral zijn literaire non-fictie. Ook publiceerde hij een aantal boeken over het schrijfvak, zoals De wil en de weg, vol praktische adviezen voor z’n beginnende collega’s. Hij is een erg goede verhalenverteller en weet natuurlijk niet voor niets al jarenlang een trouwe lezersschare aan zich te binden. In het buitenland doet hij het ook goed, bijvoorbeeld in Italië, waar hij dit voorjaar één van de belangrijkste schrijvers was in het kader van het Nederlandse gastlandschap op de boekenbeurs van Turijn, de Salone Internationale del Libro Torino.

Zelf heb ik verschillende van zijn boeken gelezen en wat ik vooral zo bijzonder vind is dat hij je als lezer weet te enthousiasmeren voor een onderwerp waar je vooraf geen weet van had. Een mooi voorbeeld is De ontdekking van Holland, zijn boek uit 2023 over de grote stoet internationale kunstenaars die rond 1900 naar Volendam kwam. Zij werden aangetrokken door het Hollandse licht, de mooie luchten en de visserstaferelen en vonden in Hotel Spaander een ideale uitvalsbasis voor hun werk. Deze onderbelichte episode uit de kunstgeschiedenis wordt door Brokken zeer beeldend tot leven gewekt.
Een echte bestseller is zijn boek De vergelding, over het oorlogsverleden van het dorp Rhoon, waar de auteur opgroeide. Centraal staat een gebeurtenis uit 1944, toen een Duitse soldaat dodelijk gewond raakte door een losgeraakte stroomdraad. Was het een ongeluk of sabotage? De bezetters dachten het laatste en namen wraak door zeven mannen uit het dorp te executeren en huizen in brand te steken. In zijn boek, een mengeling van ‘feit en veronderstelling’, probeert Brokken te reconstrueren wat er precies gebeurd is.

Er werd in de Lutherse Kerk teruggekeken op zijn oeuvre, er werden anekdotes gedeeld en hij werd geprezen om zijn vertelkunst en grenzeloze nieuwsgierigheid. Het schijnt dat hij na het voltooien van weer een boek verzuchtte dat hij nóóit meer non-fictie ging schrijven, “al die rotfeitjes”, om vervolgens toch meteen weer met een nieuw boek aan de slag te gaan. En hij was de wegbereider van de literaire non-fictie in Nederland, een genre dat destijds niet zo hoog in aanzien stond, maar inmiddels zeer populair is.
Ter afsluiting werd de auteur geïnterviewd door Arjan Peters en dat was een boeiend gesprek over de drijfveren van zijn schrijverschap, zijn wens om dingen vast te leggen en de noodzaak voor hem om zelf ergens te gaan kijken, want “het is altijd anders dan je denkt”. Veel reizigers zoeken naar wat ze van tevoren verwachten, terwijl Brokken probeert nieuwsgierig te blijven. Het ging ook over zijn fascinatie voor iemand als Mata Hari, die haar hele leven bij elkaar verzon en over wie hij zijn debuut schreef.
Vroeger werkte hij met een heel precies en uitgebreid kaartsysteem (zijn kaartenbakken voor zijn biografie van Mata Hari waren zelfs eens het enige wat hij bij een brand mee naar buiten nam), maar dankzij een interview met Hella S. Haasse was hij daarin wat losser geworden. Haasse had drie volgepropte Albert Heijn-tassen laten zien over een boek waar ze aan werkte: “dit is mijn documentatie”. Ze ging ervan uit dat als iets belangrijk was, ze dat wel zou vinden en Brokken besloot dat hij vanaf dat moment ook op die manier wilde gaan werken.
Tot slot nam hij alle tijd om zijn nieuwste boek te signeren en ik ben ook maar in de rij gaan staan omdat een gesigneerd boek toch altijd leuk is. Ik kan nog steeds niet geloven wat ik vóór mij zag gebeuren: twee heren op leeftijd vonden allebei dat ze op een bepaalde plek in de rij stonden, en het liep uit op wat schouderduwen zoals vroeger op het schoolplein, totdat een vrouw zei dat ze dat écht niet op prijs stelde en toen was het gelukkig weer goed.

De weemoed van de reiziger

De bundel, met als ondertitel 14 plekken, 14 verhalen heb ik met plezier gelezen. Het begint met de vondst van een officieel ogende brievenbus op een Franse begraafplaats, bij de laatste rustplaats van de Spaanse dichter Antonio Machado (1875-1939). Brokken besluit urenlang te gaan posten om te zien wie daar iets in stopt. Vervolgens reconstrueert hij de levensloop van de dichter, de gebeurtenissen rond zijn overlijden en het verhaal achter de brievenbus – plus wat er met de brieven gebeurt. Uiteindelijk post hij zelf natuurlijk ook een brief.
Op een vergelijkbare manier reist hij in de volgende hoofdstukken andere kunstenaars achterna. Iets of iemand zet Brokken op het spoor van een verhaal, dat zich vervolgens op een vanzelfsprekende manier ontrolt voor de lezer. Hij schuwt de zijpaden niet, integendeel, maar weet altijd net op tijd de lijn van het verhaal weer te volgen. De ene keer speelt hij zelf een actieve rol in de gebeurtenissen, met als hoogtepunt een heus huwelijksaanzoek; de andere keer is hij meer een verteller die op allerlei manieren verkregen informatie met de lezer deelt.
Het tweede verhaal, ‘Afscheid van Boedapest’, begint met een ontmoeting met vertaler in het Hongaars Judit Gera. Haar moeder, pianiste Lili Rottman (later Livia Ránki), was aanwezig bij het laatste concert van Béla Bartók in Budapest op 8 oktober 1940 en het affiche daarvan is nog steeds in Gera’s bezit. Ze zouden eigenlijk over iets anders praten, maar toen ze dit affiche aan Jan Brokken liet zien, was dat voor hem vanzelfsprekend meteen het begin van een zoektocht naar het leven van Bartók en zijn tweede vrouw Ditta. Uitgangspunt zijn de herinneringen van moeder Lili aan het concert.

“Zichtbaar of alleen in gedachten, iedereen huilde in de zaal op die achtste oktober 1940. Want hoewel het niet als zodanig was aangekondigd, vreesde iedereen dat dit concert Bartóks definitieve afscheid van Hongarije betekende. Iedereen wist ook waarom Béla vertrok: Ditta was Joods.”

Dat laatste zou trouwens niet letterlijk kloppen maar op een bepaalde manier toch waar zijn, zo wordt later in het verhaal toegelicht. Iets verderop:

“Lili zou zich haar hele leven blijven herinneren dat aan het einde van het concert iedereen opstond maar niemand in staat was om luid ‘bravo’ te roepen. ‘We waren allemaal onze stem kwijt,’ vertelde ze later.
Het applaus hield eindeloos aan. Bartók moest vele toegiften geven. De emoties deden vooral pijn toen hij het volkswijsje speelde ‘Elindultam szép hazámbol’: Ik verlaat mijn geliefde thuis’.”

Met veel anderen die ook maar niet wilden vertrekken, stond Lili na afloop in een haag rond het podium. Ze realiseerden zich dat ze Bartók nooit meer zouden zien.
Het echtpaar vertrok naar de Verenigde Staten, waar Bartók in 1945 overleed. Een jaar later keerde Ditta weer terug naar Boedapest en ze ging na een periode van veel verdriet toch weer piano spelen. Gera’s moeder heeft haar in de jaren zestig nog één keer zien optreden. Ook zij wist de hele zaal mee te slepen en te ontroeren.

Een luchtiger verhaal is dat over het Rietveld Schröderhuis. Een studievriend van Brokken woonde daar eind jaren zestig op kamers bij mevrouw Schröder en het is leuk om te lezen hoe hij daar op bezoek gewoon neer kon ploffen op een originele Rietveld-stoel. Toen hij eens verschrikt opsprong omdat mevrouw Schröder binnenkwam, zei zij verbaasd dat hij gewoon kon blijven zitten hoor.
Dit soort anekdotes wordt omlijst door informatie over het beroemde huis, leven en werk van Gerrit Rietveld, kunststroming De Stijl, et cetera.

Het valt wel op dat de mannen in het boek centraal staan, het gaat naast degenen die ik hierboven al noemde onder meer over Antonín Dvořák, Franz Kafka, Leo Vroman, Johann Wolfgang Goethe en Henri Matisse. De vrouwen die erin voorkomen vervullen vaak een wat meer dienende rol, als muze of baken in het leven van de kunstenaar of als degene die een verhaal op een bepaalde manier op gang brengt. Als personages worden ze wel mooi uitgewerkt en zeker ook met waardering beschreven, maar toch.

Zelf lees ik niet vaak verhalenbundels, maar ik realiseerde me door De weemoed van de reiziger dat dit toch wel een fijn genre is. Moet je er bij een ander boek vaak weer even inkomen als je het tussen de bedrijven door leest; met afgeronde stukken lees je ongemerkt in korte tijd een heel boek. Ook omdat je bij veel verhalen graag wilt weten hoe het afloopt, dus toch nog even verder leest, zoals bij ‘Klaagzang van Ariadne’, over een verloren gewaande partituur en een ontmoeting met een mysterieuze persoon die hier meer over zou weten. Het werd tijdens feestelijke avond niet voor niets vaak gezegd: de lezer meetrekken in een verhaal kan Brokken als geen ander.

Jan Brokken, De weemoed van de reiziger. 14 plekken, 14 verhalen. Amsterdam, Uitgeverij Atlas Contact, 2025.

Verder lezen

Elders op deze site mijn bespreking van het boek van Jessica Geel over de geheime liefde tussen Truus Schröder en Gerrit Rietveld en het huis dat zij samen bouwden: I love you, Rietveld: Recensie: Jessica van Geel – I love you, Rietveld | De Hollandsche Lelie.

Hier een verslag van een voorstelling die actrice Audrey Bolder maakte vanuit het perspectief van dochter Bep Rietveld, opgevoerd vanuit het huis zelf : Openluchttheater bij het Rietveld Schröderhuis | De Hollandsche Lelie

Zie voor andere boekrecensies op deze site: Recensies | De Hollandsche Lelie

Gerrit Rietveld recensie Truus Schröder