Er zijn voldoende argumenten te bedenken waarom je literatuur beter kunt laten vertalen door een mens dan door een vorm van Artificiële Intelligentie. Alleen al de ecologische kant: voor het trainen van AI-modellen worden eindeloze hoeveelheden water en energie gebruikt. Of vanuit ethisch oogpunt: daarbij zijn teksten gebruikt waarvoor geen toestemming is gegeven en waarvoor de makers ook niet vergoed zijn. Belangrijker nog is dat boeken en gedichten creatieve producten zijn, gemaakt door mensen en gelezen door mensen, vaak ook nog eens vertaald door mensen. Dat is een verrijkende ervaring die je niet aan computers over zou willen laten. Wie hieraan toch nog twijfelt, zou je graag het boek Nevermore eens willen laten lezen.

In deze roman van Cécile Wajsbrot kunnen we meekijken in het hoofd van een vertaler. De hoofdpersoon werkt aan haar vertaling van het middendeel ‘Time Passes’ uit To the Lighthouse van Virginia Woolf. Ze woont in Parijs maar verblijft tijdelijk in Dresden, vanwege deze vertaling maar ook om haar verdriet om een overleden vriendin te verwerken.
Zinnen uit de tekst worden door haar gewikt en gewogen, mogelijke vertalingen worden uitgeprobeerd en weer verworpen, ze zoekt naar equivalenten die qua klank, ritme of gevoel vergelijkbaar zijn, ze vraagt zich af wat Virginia Woolf precies voor ogen stond, soms met behulp van een eerdere versie in manuscriptvorm (waardoor we ook het wikken en wegen van Woolf meekrijgen), en zo schaaft, puzzelt en zoekt ze voort. Soms is ze tevreden; vaker nog besluit ze dat ze het stukje even laat liggen om er later opnieuw naar te kijken. Je ziet hoe zo’n complex vak literair vertalen is en hoeveel taalgevoel, kennis en creativiteit hiervoor nodig is. De hoofdpersoon reflecteert ook regelmatig over het specifieke van vertalen, mede omdat haar overleden vriendin schrijfster was en zij hierover regelmatig gesprekken hadden.
Tussen het vertalen door verkent de hoofdpersoon de stad, op een manier die past bij de rouw die ze ervaart en die haar uiteindelijk tot nieuw inzicht brengt. Ook deelt ze allerlei associaties rond de tekst van Woolf, die gaat over een huis in verval dat toch weer tot leven komt: vernietiging, verlies en tijd. Deze intermezzo’s gaan over plaatsen als High Line in New York, aangelegd boven in onbruik geraakte goederenspoorlijnen, en over Tsjernobyl, waar na de kernramp toch weer een nieuwe vorm van leven ontstond. En over muziekstukken, schilderijen en foto’s, die allemaal zowel bij de te vertalen tekst als haar eigen leven van dat moment passen.
Voor de Nederlandstalige lezer komt daar nog een extra laag bij: het boek is uit het Frans vertaald, door Josephine Rijnaarts. Zij heeft met Nevermore iets onmogelijks moeten doen, namelijk de lezer laten ervaren hoe de Franstalige hoofdpersoon worstelde met de vertaling van de Engelse tekst in haar moedertaal. En dat op een manier die natuurlijk overkomt en je niet steeds uit het verhaal haalt. In haar nawoord schrijft ze dat er twee opties waren: de Franse vertaling overnemen, bespreken in hoeverre de problemen ook voor het Nederlands spelen en afsluiten met de Nederlandse vertaling van de betreffende zin óf doen alsof de Franse vertaalster de tekst uit het Engels in het Nederlands vertaalt. Na de eerste manier lang te hebben geprobeerd koos ze voor de tweede, ook omdat de focus in het boek juist ligt op de moeilijkheid van het vertalen van het Engels van Virginia Woolf. En dat werkt heel goed, wat haar vertaling tot een buitengewone presentatie maakt.
Het bovenstaande klinkt misschien wat ingewikkeld, maar het is toch geen moeilijk boek om te lezen, wat natuurlijk ook een verdienste is van auteur en vertaler. Het is wel een heel rijke roman en een bijzondere leeservaring. Ter afsluiting een treffende passage uit het boek over vertalen:
“Vertalen is een onnauwkeurige wetenschap, het is altijd proberen, blijven proberen, niet tot mislukken maar wel tot onvolmaaktheid gedoemd. Onderweg van de ene naar de andere taal stuit de veerboot op hindernissen die worden getrotseerd of omzeild, op golven of een lichte deining, op dragende stromen of tegenstromen. Het is een overtocht met een plaats van vertrek en een plaats van aankomst, maar wat daartussen ligt, de reis en de obstakels, weet alleen de persoon die alle etappes heeft afgelegd.” (p. 10)
Cécile Wajsbrot, Nevermore. Vertaald door Josephine Rijnaarts. Uitgeverij Oevers, 2025.
Nominatie
Cécile Wajsbrot is een Franse romanschrijver, essayist en vertaler, onder meer van werk van Virginia Woolf. Josephine Rijnaarts vertaalt uit het Engels, Frans en Duits. Samen zijn zij met Nevermore genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2026 (bekendmaking winnaar 2 september).
Update (2 september): het boek heeft de Europese Literatuurprijs gewonnen! Zie ‘Nevermore’ wint Europese Literatuurprijs 2026 | Letterenfonds.