Tag Archives: Tolstoi

Correspondentie over zedelijkheid

Een vaste rubriek in De Hollandsche Lelie is ‘Correspondentie van de redactie met de abonnés’.

Rubriek 'Correspondentie'

Rubriek ‘Correspondentie’

Wekelijks beantwoordt de redactrice de meest uiteenlopende vragen. Alleen de antwoorden worden afgedrukt; naar de gestelde vragen moet je als lezer dus maar raden.

In het nummer van 28 september 1904 behandelt Anna de Savornin Lohman een vraag over zedelijkheid: “Wanneer men een boek leest om de kunst, kan de inhoud onzedelijk zijn, en toch de lezeres-zelve reine bedoelingen hebben. En óók kan een boek onzedelijk heeten, en het niet-zijn. Dit laatste is het geval wanneer de auteur een of andere gegeven moest behandelen, en daarbij toestanden en gebeurtenissen moest schilderen die nu eenmaal zoo zijn. Ik denk b.v. aan Zola’s werken: GerminalPot Bouille en anderen. Onzedelijk noem ik die boeken die met zeker genot rondwoelen in vuiligheden, opzoeken ruwe, prikkelende bijzonderheden van dubbelzinnigen aard, daarbij stilstaan, ze uitpluizen op onnoodige wijze.

Wil de auteur ons een droeve werkelijkheid laten zien, dan kan het gebeuren dat hij daarbij zeer treurige en onzedelijke daadzaken moet onthullen, maar of hijzelf daarbij een reine of wel een onkuische bijbedoeling heeft, verraadt zijn wijze van schrijven, zijn manier van onthullen. Boeken als Anna Karenine, van Tolstoï noem ik zéér rein. En toch zijn zij voor sommige overprikkelde vrouwen gevaarlijk. Hetzelfde zou ik willen zeggen van Fred: van Eedens werken. De reine bedoeling is zeer voelbaar. Maar niet ieder lezeres is zelve rein-genoeg om dat te begrijpen. –

Wat Uw vraag betreft, kan ik slechts herhalen dat gij zeer zeker niets onzedelijks doet als gij leest wezenlijk alleen ‘om de kunst’. – Evenmin als het onzedelijk is om ‘om de kunst’ een naakte vrouw te bekijken. Dezen zomer zag ik op de Tentoonstelling in Dusseldorf een troep half volwassen jongens, die met een leeraar de zalen dóórliepen van de Kunst-Ausstellung. Een wand in een der zalen werd geheel alleen ingenomen door een vrouwenfiguur, geheel náákt, een zeer realistische schilderij. De verstolen blikken dier jongelui waren niet-rein, en zéér zeker had de leeraar groot gelijk, dat hij niet bleef staan ‘om de kunst’ maar dóórliep naar een andere zaal, en de jongelui daardoor dwong hem te volgen-: Zij zouden naar zijn uitleggingen ‘over de kunst’ quasi-geluisterd, maar zich zeer zeker daarbij leelijke gedachten gemaakt hebben. Toch was dat schilderij an und für sich een prachtig kunstwerk.”

28 september 1904

28 september 1904

Reacties uitgeschakeld voor Correspondentie over zedelijkheid

Filed under Correspondentie