Tag Archives: hoofdredactrice

De ramp van de Titanic

In de nacht van 14 op 15 april 1912 kwam de RMS Titanic in aanvaring met een ijsberg. De gevolgen zijn bekend: binnen enkele uren zonk het schip en 1522 opvarenden kwamen om het leven. Een belangrijke oorzaak voor dat hoge aantal doden was de beperkte capaciteit van de reddingssloepen: er was maar plaats voor de helft van de passagiers en in de chaos zijn ze ook nog eens niet optimaal benut.

Voorpagina New York Herald dinsdag 16 april

Voorpagina New York Herald dinsdag 16 april

Destijds was de ramp uiteraard wereldnieuws, de schok was groot. In De Hollandsche Lelie van 24 april 1912 is al een reactie te vinden van hoofdredactrice Anna de Savornin Lohman, onder de kop ‘Aan wie de schuld?’

“Dat de ramp van de Titanic vreeselijk is, en ons allen met ontzetting vervult, dat is zoo’n waarheid als ‘n koe dat ik er niet bij behoef stil te staan.

Wat echter, bij al het geschrijf er over, pijnlijk-ergernis-opwekkend aandoet, dat is het geleuter en gejeremieer voortdurend, of Astor en Guggenheim en Strauss, en dito rijkaards, al of niet gered zijn, en hoeveel waarde geld deze vertegenwoordigen, terwijl men ondertusschen niets zegt van de honderden en nog eens honderden niet-rijkaards, die in dit geval om ‘t leven zijn gekomen, in de eerste plaats van de ongelukkige bemanning.

Deze rijkaards immers, (die tenslotte nog wel gered zullen zijn óók, pas eens op, Ismay Bruce, die ellendeling, is er al), zijn de oorzaak van ‘t heele ongeluk. Als zij niet, in hun onzinnige snelheid-woede, aandrongen op record-reizen, als zij niet, in hunne geblaseerdheid, eischten de meest onzinnige, ten hemel schreiende weelde, dan zouden de maatschappijen er niet aan denken zulke dwaze, veel te groote luxe-booten te bouwen, noch van hare ondergeschikten durven eischen, dat zij een gevaarlijken weg kiezen door de ijsbergen heen, alleen om nog iets gauwer dan anderen aan te komen – aan welke schandelijke record-woede de overige nietsvermoedende passagiers en de tot gehoorzamen verplichte bemanning zijn opgeofferd. Lees maar eens wat de scheeps-eigenaars zelf hieromtrent getuigen:

Werp den schuld van deze ramp niet op ons!” riep een beambte van een der grootste transatlantische stoomvaartmaatschappijen te New-York uit. “Werp de schuld op uzelven, en op al degenen, die snelle reizen vragen, tennisbanen, Romeinsche baden, gymnastieklokalen, wintertuinen aan boord; wij zouden niet aarzelen onze dekken vol te zetten met reddingbooten, maar deze zouden aan de weelderige inrichting schade doen – en die schijnt op hooger prijs te worden gesteld dan veiligheid”. (Telegraaf.)

De fitnessruimte in de eerste klas

De fitnessruimte in de eerste klas

Zoo is het. De macht van het geld, van het meestal langs vuile en onnoembare wijze verkregen geld van woekeraars en afpersers regeert de gansche wereld. En alles buigt en kromt zich ervoor. Vóór de revolutie was de adel oppermachtig, tegenwoordig zijn het de Amerikaansche varkenhandelaars en worstmakers en blikjesverkoopers, die hunne dochters uithuwelijken aan ‘t verloopen, verarmde Europeesche high-life. Met hunne auto-woestheid maken zij op alle groote wegen van Europa talrijke slachtoffers, en, niet daarmede tevreden, willen zij nu ook nog, op hunne reizen heen en weer naar Europa, alle comfort en luxe genieten van ‘t meest verfijnde hôtel, en tegelijk de maatschappijen dwingen hen in een onzinnig korten tijd over te brengen. Geld komkt er immers voor hen niet op aan. Dat hebben ze. Daarvoor moet alles wijken.

Maar, van tijd tot tijd gaat het zoo als ditmaal met de Titanic, een onbekende macht, sterker dan die van ‘t geld, treedt tusschen beiden, en spot met alle aardsche menschengrootheid.

De regels van Da Costa komen mij daarbij in den zin:

Maar het Godsuur had geslagen,

En de menschenschepping viel.

‘t Zij gij roem of rouw moogt dragen,

Menschheid schouw het aan en kniel.

God is Rechter. De aarde wacht.

De aarde ontroert, en staat verwonderd,

Als de God der eere dondert

En den dag verkeert in nacht.

Over de opgedreven waatren

Wandelt Zijne Konings-stem!

Zeeën schuimen, scharen schâtren –

En de storm verheerlijkt Hem.

O, ik wou, ik wou dat het God wezenlijk is geweest, die, door dezen ijsberg, al die menschelijke pralerij heeft willen in den grond boren. Ik wou, dat Hij al die schunnige ellendige rijkaards, over wier lot de gehele europeesche pers zich zoo aandoenlijk ongerust maakt (terwijl zij voor de rest geen woord bijna over heeft) liet verzwelgen in de schuimende zee. En ik wou dat Hij de anderen, zij, die de slachtoffers zijn, de weduwen en weezen in Southampton, der bemanning, en zoovele andere passagiers wier namen onbekend blijven, wreekte om wat hun is aangedaan.!

Het vers van Da Costa, dat ik zooeven aanhaalde, eindigt:

Plast het tranen, ruischt het bloed,

Dondren woede en lasterkreten,

God als Koning is gezeten,

Over d’opgezetten vloed.

Wederkaatst door hemelpsalmen,

Antwoordt uiit het heiligdom,

Midden onder de onweersgalmen,

‘t Jongste woord Zijns Woords: Ik Kom.

Ziet gij, lieve lezers, in dat geloof, dat van Da Costa, ben ik opgevoed. En soms komt het over mij met volle kracht: Mocht het zóó zijn. Want, dan immers, dunkt mij, kan het niet lang meer duren, of Hij komt werkelijk. Hij kan dan al deze vuilheid, al deze pralerij met geld, al dit gehuichel, al deze ten hemelschreiende onrechtvaardigheid niet lang meer aanzien – als Hij er is. Het is een te onzuivere, te smerige boel tegenwoordig. Als er een God is, dan moet Hij wel spoedig komen, en deze aarde vertrappen, – met hare zóógenaamde ‘christelijke’ regeeringen incluis!

'Untergang der Titanic' door Willy Stöwer

‘Untergang der Titanic’ door Willy Stöwer

[De afbeeldingen zijn afkomstig van Wikipedia, waar ook uitgebreide informatie over de Titanic te vinden is]

Reacties uitgeschakeld voor De ramp van de Titanic

Filed under Geschiedenis

De overwinning is behaald!

Het hoofdartikel van redactrice Johanna van Woude in De Hollandsche Lelie van 7 februari 1900 heeft als titel ‘De moderne vrouw’ en begint als volgt: “Neen, schrik niet van dien titel….. De tijd is gelukkig voorbij, toen de moderne vrouw een wanklank scheen in de onderworpen vrouwenwereld . De moderne vrouw is geen duivelin, zooals men eerst meende, evenmin een zottin, zooals anderen zeiden, noch een halve man, zooals men beweerde dat zij moest zijn, al trad wel hier of daar eens een enkele wat onvrouwelijk of dwaas of al te heftig op.

De moderne vrouw is een hoogst achtenswaardig wezen gebleken, dat, een vergeten rups gelijk, zich loswikkelend uit het rag van conventie, opsteeg als een schoone vlinder, hoog in het wijde luchtruim; en de moderne man kan zich niet meer over haar vroolijk maken, noch haar in couranten en tijdschriften ten toon stellen, zonder zijn eigen inferioriteit te verraden en zijn ten-achter-blijven bij zijn tijd.”

Verderop in het artikel schrijft zij: “De Hollandsche vrouw heeft een kennelijk gevoel van eigenwaarde, en de tijden zijn voorbij toen zij maar een man het jawoord gaf om ‘onder dak’ te zullen zijn bij het overlijden harer ouders. Wie heeft ze niet gekend, de arme teervoelende meisjes uit groote gezinnen, die al hare illusies offerend ter wille van vaders zorgen, hare hand reikten aan een bekenden losbol, die nu eindelijk maar trouwen zou, of aan drinkers en halve idioten uit het zich boven de vrouw voelende mannengeslacht! […]

Neen, te huwen om ‘onder dak’ te zijn, is voor de hedendaagsche vrouw onnoodig; dat was het noodlot der onbemiddelde vrouw van voor vijf en twintig jaren. Als de schooltijd was afgeloopen wachten op een man. Geen of weinig bezigheid, voor het venster zitten en in het spionnetje gluren, een doelloos handwerkje, veel uitgaan; maar geen levensdoel, geen prikkel om met lust uit bed te springen voor den komenden dag, geen reden om bij het slapen gaan te verlangen naar den komenden morgen. Geen fier bewustzijn van zich nuttig weten, maar, als de man niet kwam, in heerengezelschap gekkelijk opgewonden zich aanstellend, dan een spot voor jongeren en een doktersmelkkoetje, om het leven te eindigen in gezelschap van kanarievogels en poesen. […]

En nu zien wij ze gaan door de straten der steden en over de wegen der dorpen met rustigen tred en geheven hoofde, de moderne vrouwen. […] En ze gaan in grote drommen, de werkende en hervormende vrouwen, met gelukkigen glimlach en rijk gevoel van voldaanheid over het leven en zichzelf. Haar ingeschapen teederheid siert haar als doktores en ziekenverpleegster aan de bedden der kranken; – in verre landen zien wij hare scherpzinnigheid haar als rechtsgeleerde te stade komen. Wij zien hen optreden als leeraressen, ook aan Universiteiten, als bijenkweeksters en als hoofden van boerderijen; – zij jagen de machines in de telegraafkantoren en hunne stemmen roepen door de telefoonbuizen; – hunne teere vingers tikken op de schrijfmachines en voeren de stenografische pen; zij zijn achter de toonbanken en in de journalistiek; in de orchesten der concertzalen en in de rijen der componisten; in photografie, schilder- en beeldhouwkunst, zoowel als in letterkunde als op het tooneel. En toch zijn er nog altijd vrouwen in overvloed die potje koken en vloeren aanvegen, of waardig hare mooie plaats als huismoeder innemen, en het hart van de ‘moderne vrouw’ is niet kouder dan het hart van de kokende en vegende vrouw of der huismoeder. Waar is het woord ’emancipatie’ gebleven, dat men spottend uitsprak? … Alweer in onbruik geraakt. Men spreekt nu nog alleen met zeker ontzag over ‘de moderne vrouw’.

Een vrouwenhart blijft een vrouwenhart voor het fornuis of achter den lessenaar, in de dokterskoets of gebogen over een te mazen kous. Geen wijze van broodverdienen zal ooit hare vrouwelijkheid benadeelen, of hare eigenaardige bekoorlijkheid schaden; en in alle omstandigheden kan zij kinderen aan haar warm hart drukken en tranen storten over den dwalenden man.”

Van Woude eindigt bepaald juichend: “Gij, moderne vrouwen, gij wegbaansters voor duizenden uwer jongere zusters, wij danken u voor uw moed en rustige volharding, en denkende aan den strijd door u gestreden, wordt ons oog vochtig, als wij u rustig zien gaan door den menschenwereld. Maar de overwinning is behaald!”

 

Reacties uitgeschakeld voor De overwinning is behaald!

Filed under Hoofdartikel

Het eerste nummer

Op 6 juli 1887 verschijnt het eerste exemplaar van het nieuwe tijdschrift ‘De Hollandsche Lelie’. In de inleiding vertelt de hoofdredactrice van dat moment, Catharina Alberdingk Thijm, wat voor blad het gaat worden en voor wie het bestemd is. Een soort mission statement dus. Zij richt zich tot zowel “mijne kennisjes uit Lelie en Rozeknoppen” als tot de jonge dames die tot dan toe niet tot haar lezeressen behoorden en heet allen hartelijk welkom.

“Vóór dat wij door wekelijksche ontmoeting in dit blad een soort van vriendschapsbond sluiten, vóór dat wij elkander onmisbaar worden, wil ik u in een paar woorden meedelen, welke plaats de Hollandsche Lelie in onze vrouwenwereld wenscht in te nemen. Als een bescheiden vriendin, als een herinnering aan en een ontwikkeling van het eens geleerde, als een ontspanningsuur dat toch niet nutteloos voorbij gaat, als een opwekking tot al wat goed en edel is, als een spiegel waarin ge zien kunt hoe men beter en beminnenswaardiger wordt, als een steun in oogenblikken van moedeloosheid, – nu eens als een handige naaister dan weer als huisvrouw en vrouw van de wereld – onder al deze vormen hoopt zij een plaatsje in de familiekring te vinden.

Zij wendt zich vooral tot de jonge dames, welke – volgens de gebruikelijke uitdrukking – volleerd zijn, en die plotseling uit een leven van geregelde studie – eerst bedwelmd door het nieuwe van een voortdurende vacantie – later, een beetje ontgoocheld, een beetje verveeld – niet goed weten hoe haar leven nuttig te maken, hoe het eens geleerde te onthouden, zonder juist veel lust te gevoelen tot het openen van wetenschappelijke boeken die haar meer ontzag dan verlangen naar kennismaking inboezemen. – Zij hoopt ook de sympathie te verdienen van de jonge vrouwen uit de beschaafde stand en de vertrouwde te worden van allen die het leven als een streven naar vooruitgang – op elk gebied – beschouwen.”

Inleiding eerste nummer

Inleiding eerste nummer

Omslag eerste nummer

Omslag eerste nummer

Reacties uitgeschakeld voor Het eerste nummer

Filed under Omslag